zondag 4 maart 2007
Extra informatie: Roggen
Er zijn ongeveer 340 soorten roggen, deze zijn onderverdeeld in zeven verschillende families: sidderroggen, zaagvissen, gitaarvissen, pijlstaartroggen, eigenlijke roggen, adelaarsroggen en duivelsroggen. De meeste soorten zijn bodembewoners. Ze zwemmen door een golvende beweging te maken met hun borstvinnen. Een voorbeeld van een rog die geen bodembewoner is, is de reuzenmanta (Manta birostris). Dit is de grootste soort rog en word dan ook zo'n vijf meter (spanwijdte zeven meter). Hij leeft van plankton en kleine visjes die hij uit het water filtert. Zijn mond zit aan de voorkant, en dus niet zoals bij de andere roggen aan de onderkant. Hij is zwart / blauw en aan de onderkant wit. Ze worden maximaal twintig jaar. Iets bijzonder is dat deze rog haar jongen compleet ontwikkeld ter wereld brengt, dit gebeurt bij geen enkele andere soort. Niet alle roggen zwemmen in zee; enkele soorten leven in zoet water, bijvoorbeeld de pauwoogzoetwaterrog (Potamotrygon motoro). Dit is een bewoner van Zuid-Amerikaanse rivieren. Hier voedt hij zich met garnalen, kleine vissen, schaaldieren en wormen. Zelf is hij eten in de ogen van kaaimannen en grote vissen, maar meestal zoeken ze wel naar een makkelijkere prooi. Deze rog heeft een geweldige schutkleur waardoor hij nauwelijks te onderscheiden is van zijn ondergrond, mocht hij toch in gevaar komen dan deelt hij een paar zeer gevaarlijke steken uit. Een andere soort is in 2006 in het nieuws gekomen door Steve Irwin te steken in de hartstreek waaraan hij overleed. Dit was het derde slachtoffer dat na een steek van de pijlstaartrog (Dasyatidae) overleed. Pijlstaartroggen staan er
niet om bekend agressief te zijn. Meestal is wegzwemmen hun eerste reactie bij gevaar. Alleen als hij wordt aangevallen of als iemand per ongeluk op hem stapt zwaait hij zijn lange staart omhoog met aan het uiteinde daarvan een scherpe giftige stekel. Maar de meest soorten zijn vredige beesten. Over de paring van de rog is weinig bekend. Wel kun je op de Belgische en Nederlandse kust eierkapsels aantreffen van de stekelrog (Raja clavata).
Term: Levend fossiel 1/2
Met de term 'levend fossiel' wordt een soort bedoeld waarvan al zijn familie is uitgestorven. Dit kan bij een plant, dier, en bacterie het geval zijn. De term wordt in het bijzonder gebruikt als de familie verder alleen fossiel bekend is of als de soort amper afwijkt van zijn fossiele vormen. Als voorbeeld neem ik de Coelacanten familie. Van deze familie kwastvinnige vissen werd voor zijn ontdekking in 1939 aangenomen dat ze al 80 miljoen jaar geleden totaal waren uitgestorven. Een ander, waarschijnlijk bekender, levend fossiel is de degenkrab (Limulidae). Hij is de enige nog levende soort van de zwaardstaarten (Xiphosura). De fossielen van de degenkrab komen zonder verschillen over op de recente degenkrab. Dit wil benadrukken dat de degenkrab al ruim 360 miljoen jaar niet veranderd is. Ter vergelijking: de moderne mens (Homo sapiens) leeft pas 200.000 jaar op aarde. De degenkrab is dus al ruim 1800 keer ouder. Ze eten trouwens mosselen en wormen die ze vinden door op de bodem heen en weer te woelen. In het voorjaar bij volle maan komen deze krabben massaal met miljoenen naar de kust. Hier zetten de vrouwtjes hun eieren af waarna de mannetjes, die trouwens bijna 2 keer zo klein zijn, ze bevruchten. Nog een ander levend fossiel is de Nautilus. Dit is een inktvis die familie is van de uitgestoven ammonieten. Het is tevens haast de enige inktvissoort met een uitwendige schelp. Dit beest heeft in zijn schelp allemaal kamers waarin hij gas kan laten stromen. Als hij dit doet gaat hij recht omhaag, als hij het weer laat ontsnappen daalt hij recht omlaag. Door dit systeem heeft hij zich kunnen afscheiden van alle dieren die over de oceaanbodem kruipen, en door te leven in de open zee had de Nautilus meer overlevingskansen. Het zijn rovers die vooral 's nachts actief zijn. Ze jagen in groepen. Longvissen en de brughagedissen dragen ook de naam levend fossiel. Maar ook planten komen voor als levend fossiel... Dit kunt u lezen in het vervolg dat binnenkort op de website zal verschijnen.
[Op de foto's ziet u de degenkrab. Het bovenste fossiel komt trouwens uit Solnhofen waar wij als redactie heen gaat in de meivakantie van de opbrengst van de Bäredräck. De tweede foto toont u de paring.] Afbeeldingen: mineralien-basel, nadarwin
Term: Fauna
De wereld zit vol met leven. Planten en dieren. De groep dieren wordt fauna genoemd. (De groep planten heet flora.) Er zijn verschillende soorten fauna:
- Cryofauna: Alle dieren die in of dicht bij landijs of pakijs leven. (Pakijs drijft op zee, landijs ligt op land.)
- Cryptofauna: Zeldzame en bedreigde diersoorten. Ook Mythische dieren. Dit zijn dieren uit sprookjes. Crypto komt van het Griekse woord "kruptos" dat "geheim" betekent.
- Epifauna: Organismen die in zuurstofarme omgevingen of op de oppervlakten van sedimenten leven. Sediment is de benaming voor deeltjes die door water, wind of ijs verplaatst worden.
- Infauna Waterorganismen die in speciale omgevingen als sedimenten of de bodem leven.
- Megafauna: Deze groep bestaat uit grote dieren. Mega komt namelijk van het Griekse woord "megas" dat "groot" betekent.
- Macrofauna: Alle ongewervelde dieren (dieren zonder ruggengraat) die in het water leven, en met het 'blote oog' te zien zijn. (97% van alle dieren is ongewerveld). Macros komt van het Griekse woord "makros" dat "groot" betekent.
- Meiofauna: Dit is een diergroep waarvan alle diertjes kleiner zijn dan twee millimeter. Ze leven in de met water gevulde holtes tussen zandkorrels.
- Microfauna: Deze groep bestaat uit zeer kleine dieren en microscopisch kleine organismen. Micro komt van het Griekse woord "mikros" dat "klein" betekent.
- Mesofauna: Ongewervelde macroscopische dieren die leven onder de grond, zoals wormen.
Dit zijn slechts enkele soorten fauna. Andere voorbeelden zijn avifauna dat de wereld van de vogels betekent, en de diergroep piscifauna voor de vissen. In de eerste Bäredräck van 2007 hebben we het over alle faunasoorten die onderwater leven.
Met dank aan Hike-Flurina Hiemstra. Ze vertaalde alle latijnse namen voor ons, bedankt!
- Cryofauna: Alle dieren die in of dicht bij landijs of pakijs leven. (Pakijs drijft op zee, landijs ligt op land.)
- Cryptofauna: Zeldzame en bedreigde diersoorten. Ook Mythische dieren. Dit zijn dieren uit sprookjes. Crypto komt van het Griekse woord "kruptos" dat "geheim" betekent.
- Epifauna: Organismen die in zuurstofarme omgevingen of op de oppervlakten van sedimenten leven. Sediment is de benaming voor deeltjes die door water, wind of ijs verplaatst worden.
- Infauna Waterorganismen die in speciale omgevingen als sedimenten of de bodem leven.
- Megafauna: Deze groep bestaat uit grote dieren. Mega komt namelijk van het Griekse woord "megas" dat "groot" betekent.
- Macrofauna: Alle ongewervelde dieren (dieren zonder ruggengraat) die in het water leven, en met het 'blote oog' te zien zijn. (97% van alle dieren is ongewerveld). Macros komt van het Griekse woord "makros" dat "groot" betekent.
- Meiofauna: Dit is een diergroep waarvan alle diertjes kleiner zijn dan twee millimeter. Ze leven in de met water gevulde holtes tussen zandkorrels.
- Microfauna: Deze groep bestaat uit zeer kleine dieren en microscopisch kleine organismen. Micro komt van het Griekse woord "mikros" dat "klein" betekent.
- Mesofauna: Ongewervelde macroscopische dieren die leven onder de grond, zoals wormen.
Dit zijn slechts enkele soorten fauna. Andere voorbeelden zijn avifauna dat de wereld van de vogels betekent, en de diergroep piscifauna voor de vissen. In de eerste Bäredräck van 2007 hebben we het over alle faunasoorten die onderwater leven.
Met dank aan Hike-Flurina Hiemstra. Ze vertaalde alle latijnse namen voor ons, bedankt!
zaterdag 3 maart 2007
Extra informatie: Sikkelvincitroenhaaien
Deze haai uit de familie van de roofhaaien (Carcharhinidae) kan een lengte van 380 cm bereiken. Het lichaam van deze vis heeft een langgerekte vorm. De kleur is gelig bruin en beneden bleker. Hij heeft een brede stompe snuit. Je moet hem vooral niet uitdagen. De sikkelvincitroenhaai is een zout-, brakwater vis die voorkomt in een tropisch klimaat. Hij is veel te vinden in kustwateren zoals lagunes, estuaria, koraalriffen, en (brakke) zeeën. De nakomelingen van deze haaiensoort komen niet uit een ei, maar groeien in de buik van hun moeder. Elk nest bevat 1/11 jongen. Bij geboorte meten ze zo'n 45 centimeter. De sikkelvincitroenhaai is een echte rover en eet onder andere kleinere haaiensoorten, macrofauna en pijlstaartroggen. Deze haai is van aanzienlijk commercieel belang voor visserij. Hij wordt vers, maar ook gedroogd gegeten. Van zijn vinnen wordt regelmatig haaienvinnensoep gekookt. Afbeelding: fischbase
Extra informatie: Wulken
De wulk (Buccinum undatum) is de grootste slak uit de Noordzee. Het is evenals een carnivoor (vleeseter) als een aaseter. Hij word 10-12 centimeter lang en ongeveer 30 jaar oud. Hij leeft in het Noordwesten en het Noordoosten van de Atlantische Oceaan. Zijn schelp spoelt zeer regelmatig aan, maar behalve zijn schelp laat de wulk nog een spoor achter op de Nederlandse stranden: zijn eierkapsels. Hier zal ik u wat meer over vertellen. Van oktober tot maart vindt de paring plaats van de wulk. In deze tijd zoeken de wulken elkaar op. Veel weekdieren hebben beide geslachten of wisselen halverwege hun leven van geslacht. De wulk kent daar in tegen aparte seksen. Alleen de vrouwtjes kunnen eieren leggen. Ze leggen deze tussen planten of rotsblokken in vuistgrote kapsels van allemaal kleine capsules die kleiner zijn dan één cm. Een groepje zet tegelijkertijd hun eieren af en produceert dus een gezamenlijk eierkapsel. In elke capsule zitten meerdere eieren, toch blijven van de honder
den tot duizenden eieren maar enkele leven. Dit komt omdat de slakjes in hun capsule blijven leven tot ze een groter en steviger huisje hebben van zo'n drie mm. Tot die tijd leven de eerst uitgekomen larven van de nog niet uitgekomen eieren, hierdoor blijven alleen de sterkste over. Dit gedrag zie je ook bij spinnen en enkele kikker soorten. Als de kleine slakjes de capsules hebben verlaten blijft een heel licht, moeilijk te verteren, leeg omhulsel over. Dit spoelt vaak aan in de zomer. [Op de afbeelding ziet u zo'n eierkapsel.]
Afbeelding: http://www.digitalnature.org
Afbeelding: http://www.digitalnature.org
zondag 18 februari 2007
Brief: Monica Schwarz - Voorthuizen
De brief van Monica Schwarz gaat over het artikel 'afdaling in de Marianentrog'. Als u dit artikel nog niet heeft gelezen, klik dan HIER.
Geachte redactie: Hoe konden ze proeven doen, watertemperatuur meten, proeven doen met stromingen? Hoe kan het dat ze niet verpletterd worden door de druk? Die is toch heel erg hoog zo diep? Ik zou het niet durven .... groetjes, Monica
-------------------------------------------------------------
Beste Monica Schwarz,
Inderdaad is de druk onder in de Marianentrog ontzettend hoog. De bathyscaaf weerstond de druk van 1000 atmosfeer, 1 atmosfeer is gelijk aan 10 kilogram per vierkante centimeter! De wanden waren dan ook 30 centimeter dik. Het eerste 'onderzoek' dat Don Walsh en Jacques Piccard hadden gedaan was het waarnemen van diepzeevissen en het beschrijven van hun uiterlijk. Verder werd de watertemperatuur gemeten die 3 graden Celsius bedroeg. Ook, zo kon u in het blad lezen, waren er proeven met stroming en radioactiviteit gedaan. De mannen bleven maar 20 minuten beneden dus veel tijd voor proeven was er ook niet. Maar de vraag was hoe deden ze die proeven? De onderzoekers konden inderdaad niet naar buiten en bleven de hele reis die 8 uren duurde binnen. Wel bestuurden ze van binnen grijparmen waarmee zo bodemmonsters verzameld konden worden, en ander handelingen konden verrichten.
Eigenlijk was dit het begin van allemaal onderzoeken naar geologie en leven op onvoorstelbare diepten. Zo werden met echolood onderzeese bergen en dalen in kaart gebracht. Met sleepnetten en waterscheppers werden organismen uit de zee opgetakeld en bestudeerd. Ook werden nu met preciezere apparaten de oceaanstromen nagegaan, deze 'rivieren' zijn soms 1000 maal krachtiger dan de Mississippi. En natuurlijk was voor deze prestatie ook héél veel moed nodig!
Hopelijk is dit een duidelijk antwoord.
Gr. de redactie
* Monica Schwarz heeft toestemming gegeven dat haar brief + antwoord eventueel op de website kon verschijnen. U kunt dit ook weigeren. Wij plaatsen niets zonder toestemming. Afbeelding: Wikimedia Commons
vrijdag 16 februari 2007
Vragen? Mail de Bäredräck!
Voor vragen, opmerkingen, en ideeën kunt u de Bäredräck redactie altijd bereiken via de email:
redactie-baredrack@hotmail.com. We zullen proberen zo snel mogelijk uw vraag zo duidelijk mogelijk uit te leggen. Ookal luidt uw vraag;
"Ik hoorde laatst een vogel een geluid maken dat leek op klagend kattengemiauw. Welke vogel zou dit geweest kunnen zijn?" Dan antwoorden wij dat u waarschijnlijk een buizerd heeft gehoord, en vertellen we u wat mee achtergrond informatie over dit prachtige beest. Dus mail de Bäredräck voor uw vragen over de natuur. Maar buiten deze optie kunt u ons nog altijd bereiken via het adres dat op het blad is vermeld.
woensdag 31 januari 2007
Afdaling in de Marianentrog
- 198 meter: Het wordt donker, plankton licht op. De benzine wordt samengeperst naar de bovenkant van de tank door de grote druk van het zeewater, want olie is lichter dan water. De zee wordt buiten donkerblauw.
- 547 meter: Het donkere water buiten koelt de wanden, de kou is binnen voelbaar.
- 3.962 meter: Een groep plankton lijkt op te stijgen vlak langs de ramen van de bathyscaaf, maar dit komt door dat wij dalen. De zee is aardedonker.
- 7.315 meter: De twee onderzoekers passeren de grootste diepte die ooit door de mens is bereikt. Hun daalsnelheid word vertraagt tot 30 cm per seconde. Ook wordt het echolood ingeschakeld.
(Met echolood kun je verticaal de afstand berekenen naar de bodem.)
- 9.906 meter: Ze horen een droog krakend geluid, en ze voelen een schok die de bol doet trillen. Het is een moment vol spanning. Alles blijkt echter normaal te zijn. De afdaling wordt voortgezet.
- 10.820 meter: Door middel van het echolood nemen de mannen de afstand tot de bodem waar die nog maar 92 meter van hun verwijdert is.
- 10.912 meter: De Triëste raakt de ivoorkleurige bodem van de Marianentrog. Dit was de laatste uithoek van onze aarde die nog veroverd kon worden. De manen meten de watertemperatuur: 3 C°. Verder beschrijven ze in de 20 minuten dat ze op de bodem stonden een op een tong lijkende vis, en nemen ze proeven met stromingen en radioactiviteit. Ook wordt er gecommuniceerd met de oppervlakte via een speciale onderwater telefoon die zonder kabel of radiogolven werkt. Tijdens het doorzoeken van de bathyscaaf vinden ze de oorzaak van de schok die het schip deed schommelen: het glas van de ingangssluis is gebarsten toen het door kou samentrok. Ze beginnen met de opstijging die drie uur en tachtig minuten zal duren nadat ze het ballast op de bodem van de trog achterlaten. De reis eindigde met de mooiste ontdekking van die dag: zonneschijn en frisse lucht. Afbeelding: Wikimedia Commons
Abonneren op:
Posts (Atom)