Deze haai uit de familie van de roofhaaien (Carcharhinidae) kan een lengte van 380 cm bereiken. Het lichaam van deze vis heeft een langgerekte vorm. De kleur is gelig bruin en beneden bleker. Hij heeft een brede stompe snuit. Je moet hem vooral niet uitdagen. De sikkelvincitroenhaai is een zout-, brakwater vis die voorkomt in een tropisch klimaat. Hij is veel te vinden in kustwateren zoals lagunes, estuaria, koraalriffen, en (brakke) zeeën. De nakomelingen van deze haaiensoort komen niet uit een ei, maar groeien in de buik van hun moeder. Elk nest bevat 1/11 jongen. Bij geboorte meten ze zo'n 45 centimeter. De sikkelvincitroenhaai is een echte rover en eet onder andere kleinere haaiensoorten, macrofauna en pijlstaartroggen. Deze haai is van aanzienlijk commercieel belang voor visserij. Hij wordt vers, maar ook gedroogd gegeten. Van zijn vinnen wordt regelmatig haaienvinnensoep gekookt. Afbeelding: fischbase
zaterdag 3 maart 2007
Extra informatie: Sikkelvincitroenhaaien
Deze haai uit de familie van de roofhaaien (Carcharhinidae) kan een lengte van 380 cm bereiken. Het lichaam van deze vis heeft een langgerekte vorm. De kleur is gelig bruin en beneden bleker. Hij heeft een brede stompe snuit. Je moet hem vooral niet uitdagen. De sikkelvincitroenhaai is een zout-, brakwater vis die voorkomt in een tropisch klimaat. Hij is veel te vinden in kustwateren zoals lagunes, estuaria, koraalriffen, en (brakke) zeeën. De nakomelingen van deze haaiensoort komen niet uit een ei, maar groeien in de buik van hun moeder. Elk nest bevat 1/11 jongen. Bij geboorte meten ze zo'n 45 centimeter. De sikkelvincitroenhaai is een echte rover en eet onder andere kleinere haaiensoorten, macrofauna en pijlstaartroggen. Deze haai is van aanzienlijk commercieel belang voor visserij. Hij wordt vers, maar ook gedroogd gegeten. Van zijn vinnen wordt regelmatig haaienvinnensoep gekookt. Afbeelding: fischbase
Extra informatie: Wulken
De wulk (Buccinum undatum) is de grootste slak uit de Noordzee. Het is evenals een carnivoor (vleeseter) als een aaseter. Hij word 10-12 centimeter lang en ongeveer 30 jaar oud. Hij leeft in het Noordwesten en het Noordoosten van de Atlantische Oceaan. Zijn schelp spoelt zeer regelmatig aan, maar behalve zijn schelp laat de wulk nog een spoor achter op de Nederlandse stranden: zijn eierkapsels. Hier zal ik u wat meer over vertellen. Van oktober tot maart vindt de paring plaats van de wulk. In deze tijd zoeken de wulken elkaar op. Veel weekdieren hebben beide geslachten of wisselen halverwege hun leven van geslacht. De wulk kent daar in tegen aparte seksen. Alleen de vrouwtjes kunnen eieren leggen. Ze leggen deze tussen planten of rotsblokken in vuistgrote kapsels van allemaal kleine capsules die kleiner zijn dan één cm. Een groepje zet tegelijkertijd hun eieren af en produceert dus een gezamenlijk eierkapsel. In elke capsule zitten meerdere eieren, toch blijven van de honder
den tot duizenden eieren maar enkele leven. Dit komt omdat de slakjes in hun capsule blijven leven tot ze een groter en steviger huisje hebben van zo'n drie mm. Tot die tijd leven de eerst uitgekomen larven van de nog niet uitgekomen eieren, hierdoor blijven alleen de sterkste over. Dit gedrag zie je ook bij spinnen en enkele kikker soorten. Als de kleine slakjes de capsules hebben verlaten blijft een heel licht, moeilijk te verteren, leeg omhulsel over. Dit spoelt vaak aan in de zomer. [Op de afbeelding ziet u zo'n eierkapsel.]
Afbeelding: http://www.digitalnature.org
Afbeelding: http://www.digitalnature.org
zondag 18 februari 2007
Brief: Monica Schwarz - Voorthuizen
De brief van Monica Schwarz gaat over het artikel 'afdaling in de Marianentrog'. Als u dit artikel nog niet heeft gelezen, klik dan HIER.
Geachte redactie: Hoe konden ze proeven doen, watertemperatuur meten, proeven doen met stromingen? Hoe kan het dat ze niet verpletterd worden door de druk? Die is toch heel erg hoog zo diep? Ik zou het niet durven .... groetjes, Monica
-------------------------------------------------------------
Beste Monica Schwarz,
Inderdaad is de druk onder in de Marianentrog ontzettend hoog. De bathyscaaf weerstond de druk van 1000 atmosfeer, 1 atmosfeer is gelijk aan 10 kilogram per vierkante centimeter! De wanden waren dan ook 30 centimeter dik. Het eerste 'onderzoek' dat Don Walsh en Jacques Piccard hadden gedaan was het waarnemen van diepzeevissen en het beschrijven van hun uiterlijk. Verder werd de watertemperatuur gemeten die 3 graden Celsius bedroeg. Ook, zo kon u in het blad lezen, waren er proeven met stroming en radioactiviteit gedaan. De mannen bleven maar 20 minuten beneden dus veel tijd voor proeven was er ook niet. Maar de vraag was hoe deden ze die proeven? De onderzoekers konden inderdaad niet naar buiten en bleven de hele reis die 8 uren duurde binnen. Wel bestuurden ze van binnen grijparmen waarmee zo bodemmonsters verzameld konden worden, en ander handelingen konden verrichten.
Eigenlijk was dit het begin van allemaal onderzoeken naar geologie en leven op onvoorstelbare diepten. Zo werden met echolood onderzeese bergen en dalen in kaart gebracht. Met sleepnetten en waterscheppers werden organismen uit de zee opgetakeld en bestudeerd. Ook werden nu met preciezere apparaten de oceaanstromen nagegaan, deze 'rivieren' zijn soms 1000 maal krachtiger dan de Mississippi. En natuurlijk was voor deze prestatie ook héél veel moed nodig!
Hopelijk is dit een duidelijk antwoord.
Gr. de redactie
* Monica Schwarz heeft toestemming gegeven dat haar brief + antwoord eventueel op de website kon verschijnen. U kunt dit ook weigeren. Wij plaatsen niets zonder toestemming. Afbeelding: Wikimedia Commons
vrijdag 16 februari 2007
Vragen? Mail de Bäredräck!
Voor vragen, opmerkingen, en ideeën kunt u de Bäredräck redactie altijd bereiken via de email:
redactie-baredrack@hotmail.com. We zullen proberen zo snel mogelijk uw vraag zo duidelijk mogelijk uit te leggen. Ookal luidt uw vraag;
"Ik hoorde laatst een vogel een geluid maken dat leek op klagend kattengemiauw. Welke vogel zou dit geweest kunnen zijn?" Dan antwoorden wij dat u waarschijnlijk een buizerd heeft gehoord, en vertellen we u wat mee achtergrond informatie over dit prachtige beest. Dus mail de Bäredräck voor uw vragen over de natuur. Maar buiten deze optie kunt u ons nog altijd bereiken via het adres dat op het blad is vermeld.
woensdag 31 januari 2007
Afdaling in de Marianentrog
- 198 meter: Het wordt donker, plankton licht op. De benzine wordt samengeperst naar de bovenkant van de tank door de grote druk van het zeewater, want olie is lichter dan water. De zee wordt buiten donkerblauw.
- 547 meter: Het donkere water buiten koelt de wanden, de kou is binnen voelbaar.
- 3.962 meter: Een groep plankton lijkt op te stijgen vlak langs de ramen van de bathyscaaf, maar dit komt door dat wij dalen. De zee is aardedonker.
- 7.315 meter: De twee onderzoekers passeren de grootste diepte die ooit door de mens is bereikt. Hun daalsnelheid word vertraagt tot 30 cm per seconde. Ook wordt het echolood ingeschakeld.
(Met echolood kun je verticaal de afstand berekenen naar de bodem.)
- 9.906 meter: Ze horen een droog krakend geluid, en ze voelen een schok die de bol doet trillen. Het is een moment vol spanning. Alles blijkt echter normaal te zijn. De afdaling wordt voortgezet.
- 10.820 meter: Door middel van het echolood nemen de mannen de afstand tot de bodem waar die nog maar 92 meter van hun verwijdert is.
- 10.912 meter: De Triëste raakt de ivoorkleurige bodem van de Marianentrog. Dit was de laatste uithoek van onze aarde die nog veroverd kon worden. De manen meten de watertemperatuur: 3 C°. Verder beschrijven ze in de 20 minuten dat ze op de bodem stonden een op een tong lijkende vis, en nemen ze proeven met stromingen en radioactiviteit. Ook wordt er gecommuniceerd met de oppervlakte via een speciale onderwater telefoon die zonder kabel of radiogolven werkt. Tijdens het doorzoeken van de bathyscaaf vinden ze de oorzaak van de schok die het schip deed schommelen: het glas van de ingangssluis is gebarsten toen het door kou samentrok. Ze beginnen met de opstijging die drie uur en tachtig minuten zal duren nadat ze het ballast op de bodem van de trog achterlaten. De reis eindigde met de mooiste ontdekking van die dag: zonneschijn en frisse lucht. Afbeelding: Wikimedia Commons
dinsdag 30 januari 2007
Extra informatie: Blauwe vinvis
Beesten die veel last van het broeikaseffect gaan hebben zijn baleinwalvissen. Deze ondersoort van de walvissen filtert met zijn 'baard' of 'balein' plankton uit het water. Maar dit plankton kan niet goed in warm water leven. Wordt het water nog warmer dan sterft het plankton uit, en ook de walvis. (In sommige gebieden is sinds de jaren 70 in de planktonpopulatie een afname van 80% waargenomen) Er zijn in totaal nu nog 16 levende soorten. De wetenschappelijke naam 'Mysticeti of Mystacoceti' is afgeleid van het Griekse woord 'mustax' dat 'snor' betekent. Tot de groep baleinwalvissen behoort ook de blauwe vinvis (Balaenoptera musculus). Dit is het allergrootste dier dat ooit op aarde leefde. Zijn tong is ongeveer net zo groot als een olifant. Volwassen exemplaren kunnen de 30 meter halen en wegen dan zo'n 150 ton! Dat is precies 15000 pakken suiker! De longen van deze reus hebben een capaciteit van 5000 liter, zijn hart weegt 500 kilo. Als hij uitademt is een stoompluim van zo'n 9 meter te zien. Ondanks deze afmetingen ziet de blauwe vinvis er best slank uit, en kan 50 km per uur zwemmen. In de twintigste eeuw werd er veel op walvissen gejaagd. Vooral om het vlees, maar ook om de baleinen. Hiervan werden manden, paraplu's en parasols gemaakt, ook werden ze verwerkt in dameskleding: korsetten en hoepelrokken. Maar dit was nog maar het begin, want als je deze 'baarden' verhit kan je ze in allemaal vormen persen, bijvoorbeeld dozen, snuifdozen, mesheften, maatstokken, paraplu's, waaiers, rijzwepen, schilderijlijsten, portretmedaillons, en medische instrumenten. Toen korsetten uit de mode raakten was de walvis bijna uitgestorven, in de tweede helft van deze eeuw ging het met dit dier beter, en hun aantal wordt nu geschat op 5000. Een blauwe vinvis eet per dag ongeveer 4000 kg. plankton, leeft alleen of in groepjes van twee of drie dieren, en kan 80 tot 100 jaar oud worden.
Extra informatie: zeepaardjes
Een vis waarbij de meeste mensen een positief beeld hebben: het zeepaardje (hippocampus). 'Campus' betekend 'gebogen', en 'hippo' betekend 'paard'. Het hoofd van een zeepaardje lijkt op het hoofd van een paard en heeft een lange snuit. Zijn lichaam is tamelijk plat, en hij heeft een opgerolde staart. Over zijn lijfje lopen rijen met knobbels en stekels, en geen schubben waardoor hij niet op andere vissen lijkt. Het zeepaardje zwemt op een bijzondere manier. Andere vissen zwemmen als 'vliegtuigen', schuin-omhoog, schuin-omlaag. Het zeepaardje kan door zijn rugvin, en door twee vinnen aan de zijkanten van zijn buik recht omhoog, en recht omlaag als een 'helikopter' zwemmen. Hij zwemt rechtop, maar ook al beweegt hij zijn rugvin nog zo snel, zwemmen gaat traag. Net als de Kameleon kan het zeepaardje met beide ogen naar andere richtingen kijken, zodat hij zich niet hoeft om te draaien. Nog een overeenkomst met de kameleon is dat het zeepaardje de kleur van de omgeving kan aannemen, als schutkleur. Ook kan hij patronen en tekeningen overnemen. Er zijn zo'n 35 soorten zeepaardjes. De kleinste zijn 1 cm, en de grote kunnen de 30 cm halen. Ze komen in allerlei kleuren voor. Zeepaardjes haken hun staart vaak om wieren, watergrassen en koralen, en wiegen dan zachtjes mee met het water. Zeepaardjes hebben geen tanden en geen maag zodat ze dus geen voedsel kunnen vermalen. Om toch voldoende voedingsstoffen binnen te krijgen moet een zeepaardje voortdurend eten. Ze eten kleine kreeftjes en visjes. Zelf worden ze gegeten door zeekrabben, maar hebben verder weinig natuurlijke vijanden. Dit komt waarschijnlijk omdat ze verschrikkelijk slecht te verteren zijn. Door warme stromingen zijn er al enkele zeepaardjes op de Nederlandse stranden aangespoeld, vermoedelijk worden dit er in de toekomst meer door het opwarmen van de aarde. Afbeelding: zanclus
Abonneren op:
Posts (Atom)