02-05-2007
's Ochtends haalde Marietta broodjes bij een winkeltje, dat van half zeven 's ochtends tot half negen 's ochtends geopend was.
Vandaag zouden we een rondleiding krijgen in de fabrieken waar de stenen uit Solnhofen verwerkt werden en in de grote groeve in Solnhofen. De rondleiding was echter pas om half twee. We besloten echter wel om na het ontbijt gewoon naar Solnhofen te gaan.
Eerst reden we nog door naar Langenaltheim. Onderweg kwamen we een fossielengroeve tegen. je mocht er gratis naar binnen als je in Solnhofen overnachtte, maar dat deden wij niet. We hebben uiteindelijk geen tijd meer gehad om deze groeve te bezoeken, we weten dus ook niet of je er veel fossielen kunt vinden.
In Langenaltheim haalde Marietta geld. Ondertussen keken Auke-Florian en Vincent rond of er ergens een museum was, wat helaas niet het geval was. Toen zij weer terug bij de auto waren, gingen we nog naar een bakker, waar we allemaal iets mochten uitzoeken van Marietta.
Toen gingen we weer terug naar Solnhofen. Daar hebben we de Sola Basilica bekeken. Dat was een kerk die nog vóór 700 na Chr was gebouwd. Erg veel stond er niet meer overeind, maar er waren nog een aantal pilaren en wat stukken muur.
Er was echter nog drie uur tijd voordat de rondleiding begon. We gingen dus nog naar het museum in Eichstätt, dat vandaag wel open was, via een binnendoorweggetje maar 20 km in plaats van helemaal door Dollnstein en Breitenfurt te rijden.
Toen we bijna in Eichstätt waren, vond Auke-Florian een nieuw woord uit:
-----------------------------------------------------------------------------
krampzalig, bw. (-er, -st), 1. krampachtig, maar met een
goed gevoel. De Nautilus hield zijn prooi krampzalig vast, met
moeite, maar het mooie vooruitzicht hem lekker op te eten.
2. Ook ironisch gebruikt. Hij lacht krampzalig. vgl. Hij lacht
als een boer die kiespijn heeft. (ook bij maagkrampen gebruikt)
-----------------------------------------------------------------------------
De tentoonstelling over levende fossielen was zeer interessant. Er zwom, zoals aangekondigd, een echte nautilus rond, maar er waren ook twee levende degenkrabben. Ook was er een standaard tentoonstelling over fossielen. Er waren onder meer replica's van bijna alle Archaeopteryxen te zien. Er was een heel klein winkeltje, waar Rafael een trilobiet kocht.
Na de bezichtiging van het museum gingen we weer terug naar Solnhofen, waar we tussen één uur en kwart over één aankwamen. We gingen toen nog even naar het winkeltje. Daar kocht Auke een degenkrab, Vincent een plaat met vissen en Rafael een kreeftachtige.
De rondleiding werd gegeven door Harry Lasch, een hele aardige man. Hij nam ons (wij en andere mensen die ook nog mee gingen) mee in de fabriek en liet ons alles van begin tot eind zien. Hoe de platen werden uitgezocht, op maat gemaakt, gezaagd, geslepen enz. Hij had een klein hamertje bij zich, waarmee hij mooi in een lijn op een dikke plaat sloeg, die hij daarna gewoon met de hand kon doormiddenbreken (op die lijn).
Hij liet ons ook zien hoe en dat er lithografiestenen werden gemaakt in de fabriek.
Na de fabriek nam hij ons mee naar de grote groeve in Solnhofen. Hij wees ons de plaatsen aan waar de Archaeopteryxen allemaal gevonden waren en vertelde dat in de groeve allemaal particulieren werken, die een stukje grond pachten, en al naar gelang hoe goed de platen in dat stuk zijn meer van hun opbrengst moeten afstaan of minder.
We mochten ten slotte zelf nog een uurtje zoeken op een speciale plaats in die groeve. We vonden er erg mooie fossielen (vissen, een hele mooie ammoniet).
Na de rondleiding gingen we nog naar het winkeltje in Mörnsheim, waar Auke-Florian twee belemnieten kocht, Vincent een ammoniet en een kreeftachtige en Rafael een garnaal.
Toen gingen we weer naar onze tent in Breitenfurt. Toen we water aan het koken waren op ons gasstelletje voor de macaroni, was het gas op. De tomatensaus hadden we echter al in een pan gedaan. Auke-Florian kwam op het idee om het als dipsaus te eten bij de chips en het brood.
Na het eten mens-erger-je-nietten we nog. Toen Auk'-Florian werd geslagen, zei hij: 'als dat nog een keer gebeurt, rol ik over de hele camping tot aan de papegaai'. Helaas (voor hem) werd hij nog een keer geslagen. Toen hij terug was voelde hij zich goed misselijk.
zaterdag 5 mei 2007
Bäredräckexpeditie - Dag 6
03-05-2007
's Ochtends gingen we gas kopen in Dollnstein, zodat we in ieder geval weer macaroni konden maken. Daarna gingen we meteen naar de groeve in Blumenberg, nadat we hadden afgesproken wat we wel en niet zouden meenemen.
Zoals elke dag dat we er geweest waren, vonden we veel saccocoma's (vrijzwemmende zeelelies), coprolieten en ook ammonieten behoorden weer tot de vondsten. Marietta en Rafael vonden allebei zelfs nog een visje. We hebben bijna vier uur in de groeve gezeten, om kwart voor drie gingen we weer weg.
Omdat we niet meer veel eten en drinken hadden, gingen we in Eichstätt nog naar de supermarkt. Aan de overkant was een Mac Donalds waar we, geheel tegen onze gewoontes in, gingen eten. We hadden door het vele zoeken erg honger, dus de frietjes en hamburgers gingen er wel in!
Toen gingen we weer terug naar de camping. We hebben daar nog heel veel geping-pongd. Auke-Florian heeft in zijn beste Duits tegen de campingbeheerder (Franz) gezegd dat er een stoel in het water (Altmühl) lag (die was er in gewaaid). Franz heeft hem met een kano (en Paula op z'n knie) opgehaald.
's Avonds maakten we nog een kampvuurtje. Daarna gingen we slapen.
's Ochtends gingen we gas kopen in Dollnstein, zodat we in ieder geval weer macaroni konden maken. Daarna gingen we meteen naar de groeve in Blumenberg, nadat we hadden afgesproken wat we wel en niet zouden meenemen.
Zoals elke dag dat we er geweest waren, vonden we veel saccocoma's (vrijzwemmende zeelelies), coprolieten en ook ammonieten behoorden weer tot de vondsten. Marietta en Rafael vonden allebei zelfs nog een visje. We hebben bijna vier uur in de groeve gezeten, om kwart voor drie gingen we weer weg.
Omdat we niet meer veel eten en drinken hadden, gingen we in Eichstätt nog naar de supermarkt. Aan de overkant was een Mac Donalds waar we, geheel tegen onze gewoontes in, gingen eten. We hadden door het vele zoeken erg honger, dus de frietjes en hamburgers gingen er wel in!
Toen gingen we weer terug naar de camping. We hebben daar nog heel veel geping-pongd. Auke-Florian heeft in zijn beste Duits tegen de campingbeheerder (Franz) gezegd dat er een stoel in het water (Altmühl) lag (die was er in gewaaid). Franz heeft hem met een kano (en Paula op z'n knie) opgehaald.
's Avonds maakten we nog een kampvuurtje. Daarna gingen we slapen.
Bäredräckexpeditie - Dag 7
04-05-2007
Om half acht stonden we op. Vandaag gingen we weer weg! We ontbeten en pakten de tenten in. Toen moesten we nog even afscheid nemen van de diertjes.
Om kwart voor negen stapten we in de auto en gingen we op weg. We gingen eerst in Igelsdorf voorbij, waar Marietta hout kocht voor violen, altviolen en celli. Daar waren we om half elf. De man heette Anton Stöhr. Zijn zoon was cellobouwer. Het waren allebei erg aardige mensen. Ons werd wat te drinken en wat te eten aangeboden. Marietta kocht uiteindelijk een heleboel hout (45 kilo, bleek toen we het thuis wogen).
Bij Frankfurt in de buurt reed Marietta voor het eerst op een achtbaans snelweg (vier banen de ene kant op, vier de andere kant op).
Tegen het eind van de dag kwamen we in het moezelgebied. Hier wilden we ook een slaapplaats zoeken. Op zoek naar een leuke plek reden we door vele kleine dorpjes, met huizen die je aan Italië deden denken, op berg-/heuvelhellingen. Het landschap was, net als op de heenweg, erg mooi.
We zagen allerlei campings, maar het waren allemaal 'campercampings', niet voor tenten dus...
Uiteindelijk vonden we wel een goede camping, bij Pünderich, langs de Moezel. We hebben onze tent opgezet (Marietta zou deze nacht in de auto slapen), bij het winkeltje Milka-chocoladerepen gekocht, gegeten en ingeslapen.
Om half acht stonden we op. Vandaag gingen we weer weg! We ontbeten en pakten de tenten in. Toen moesten we nog even afscheid nemen van de diertjes.
Om kwart voor negen stapten we in de auto en gingen we op weg. We gingen eerst in Igelsdorf voorbij, waar Marietta hout kocht voor violen, altviolen en celli. Daar waren we om half elf. De man heette Anton Stöhr. Zijn zoon was cellobouwer. Het waren allebei erg aardige mensen. Ons werd wat te drinken en wat te eten aangeboden. Marietta kocht uiteindelijk een heleboel hout (45 kilo, bleek toen we het thuis wogen).
Bij Frankfurt in de buurt reed Marietta voor het eerst op een achtbaans snelweg (vier banen de ene kant op, vier de andere kant op).
Tegen het eind van de dag kwamen we in het moezelgebied. Hier wilden we ook een slaapplaats zoeken. Op zoek naar een leuke plek reden we door vele kleine dorpjes, met huizen die je aan Italië deden denken, op berg-/heuvelhellingen. Het landschap was, net als op de heenweg, erg mooi.
We zagen allerlei campings, maar het waren allemaal 'campercampings', niet voor tenten dus...
Uiteindelijk vonden we wel een goede camping, bij Pünderich, langs de Moezel. We hebben onze tent opgezet (Marietta zou deze nacht in de auto slapen), bij het winkeltje Milka-chocoladerepen gekocht, gegeten en ingeslapen.
Bäredräckexpeditie - Dag 8
05-05-2007
Dit was de laatste dag van onze vakantie in Duitsland!
De dag begon erg nat, we moesten de tent dus ook nat inpakken.
Om acht uur haalden we bruine broodjes, die erg lekker waren. Om half negen reden we weg. Wereden door een oud vulkanisch gebergte (bij Daun is de vulkanische driehoek), waar in de buurt allerlei kratermeertjes waren. Bij één daarvan, het Pulvermaar, zijn we geweest. Een foto is hier binnenkort te zien.
De beschrijving waar je in Gerolstein fossielen kon vinden van fossiel.net was een beetje onduidelijk. Uiteindelijk vonden we een plek waar men een weg aan het aanleggen was. Hier hebben we best veel fossielen gevonden, waaronder bivalven, koraal en gastropoden.
In Gerolstein heeft Marietta voor de laatste keer deze reis getankt. Toen reden we richting Prüm. In schwirzheim was helaas alles bebouwd of met gras begroeid. Helemaal achter het industrieterrein in Weinsheim waren ze ook met een weg bezig. Daar hebben we nog een paar, maar niet meer erg veel fossielen (zeeleliestengels en schelpjes) gevonden. Toen gingen we naar huis. Onderweg zagen we meer dan 40 windmolens (hoera voor het milieu!). We zijn eventjes door België gereden, langs een natuurgebied met hoogveen en veel bos. Het wegdek in België was aanzienlijk slechter dan dat in Duitsland. Na een paar dorpjes gingen we weer op de snelweg richting Aachen en reden we Duitsland weer in. Daar hebben we een vliegtuig zien landen. Ook hier waren weer erg veel windmolens. We reden door het plaatsje Würm, dat ± een paar km van het riviertje de Wurm verwijderd was :D. Toen we dicht bij Sittard waren, reden we door het prachtige Duitse stadje Gangelt, met een mooie stadsmuur.
In Nederland hadden we eerst het plan om in Limburg een vlaai te kopen, maar alle bakkers waren al om vier uur dicht gegaan, en aangezien het al half vijf was, was er dus geen meer open.
Onderweg zagen we veel boerderijen die asperges verkochten.
Om half zes belde Auke-Florian met zijn mobieltje op naar Oma en Grosspapa dat we over ongeveer een uur thuis zouden zijn. Om tien voor zes kwamen we, hoe kan het ook bijna anders, weer bij een afslag naar Mill. Vijf minuten later kwamen we de provincie Gelderland binnen en om vijf over half zeven waren we thuis!!!!!!!!!!!!!!!
Dit was de laatste dag van onze vakantie in Duitsland!
De dag begon erg nat, we moesten de tent dus ook nat inpakken.
Om acht uur haalden we bruine broodjes, die erg lekker waren. Om half negen reden we weg. Wereden door een oud vulkanisch gebergte (bij Daun is de vulkanische driehoek), waar in de buurt allerlei kratermeertjes waren. Bij één daarvan, het Pulvermaar, zijn we geweest. Een foto is hier binnenkort te zien.
De beschrijving waar je in Gerolstein fossielen kon vinden van fossiel.net was een beetje onduidelijk. Uiteindelijk vonden we een plek waar men een weg aan het aanleggen was. Hier hebben we best veel fossielen gevonden, waaronder bivalven, koraal en gastropoden.
In Gerolstein heeft Marietta voor de laatste keer deze reis getankt. Toen reden we richting Prüm. In schwirzheim was helaas alles bebouwd of met gras begroeid. Helemaal achter het industrieterrein in Weinsheim waren ze ook met een weg bezig. Daar hebben we nog een paar, maar niet meer erg veel fossielen (zeeleliestengels en schelpjes) gevonden. Toen gingen we naar huis. Onderweg zagen we meer dan 40 windmolens (hoera voor het milieu!). We zijn eventjes door België gereden, langs een natuurgebied met hoogveen en veel bos. Het wegdek in België was aanzienlijk slechter dan dat in Duitsland. Na een paar dorpjes gingen we weer op de snelweg richting Aachen en reden we Duitsland weer in. Daar hebben we een vliegtuig zien landen. Ook hier waren weer erg veel windmolens. We reden door het plaatsje Würm, dat ± een paar km van het riviertje de Wurm verwijderd was :D. Toen we dicht bij Sittard waren, reden we door het prachtige Duitse stadje Gangelt, met een mooie stadsmuur.
In Nederland hadden we eerst het plan om in Limburg een vlaai te kopen, maar alle bakkers waren al om vier uur dicht gegaan, en aangezien het al half vijf was, was er dus geen meer open.
Onderweg zagen we veel boerderijen die asperges verkochten.
Om half zes belde Auke-Florian met zijn mobieltje op naar Oma en Grosspapa dat we over ongeveer een uur thuis zouden zijn. Om tien voor zes kwamen we, hoe kan het ook bijna anders, weer bij een afslag naar Mill. Vijf minuten later kwamen we de provincie Gelderland binnen en om vijf over half zeven waren we thuis!!!!!!!!!!!!!!!
vrijdag 20 april 2007
Extra informatie: sidewinder
Een prachtig filmpje over het voortbewegen van de sidewinder en zijn jachttechniek.
maandag 9 april 2007
Wandelende takken, wandelende bladeren … 1/2
Wandelende takken en -bladeren danken hun naam aan hun geweldige camouflage. Ze vormen samen de insectenorde Phasmatodea. De wandelende tak (Carausius morosus) wordt ongeveer 8 centimer groot en heeft een groen tot soms bruinige kleur. Anders dan veel andere insecten beschikt de wandelende tak niet over vleugels. Hij komt oorspronkelijk uit India en Indonesië. De wandelende tak is vooral 's nachts actief en vertrouwt overdag op haar schutkleur. Als er gevaar dreigt houdt ze zich dood, maar als ze wordt aangevallen heeft ze nog een handige truc achter de hand. Want naast haar camouflage heeft de wandelende tak ook nog een schrikkleur. Dit wil zeggen dat de binnenzijde van haar poten felrood gekleurd zijn. Bij een aanval spreidt ze haar poten waardoor het lijkt alsof deze ineens rood zijn. Deze kleuren leiden de aanvaller eventjes af waardoor ze net genoeg tijd heeft om zich te laten vallen en dus aan haar dood te ontsnappen. Haar belangrijkste vijanden zijn vogels, hagedissen en rovende insecten. Bijzonder is dat bij de gewone of Indische wandelende tak geen mannetjes nodig zijn voor de voortplanting. De voortplanting gaat dan ook maagdelijk. Het vrouwtje legt onbevruchte eieren waar de kleintjes uitkomen. Een volwassen wandelende tak legt elke dag twee tot drie eieren, die na twee tot drie maanden uitkomen. Wanneer ze uitgekomen zijn, zijn ze een perfect kopie van hun moeder. Na zes vervellingen zijn de kleintjes volwassen.
[Op de afbeelding ziet u de wandelende takken soort Acrophylla wuelfingi].Afbeelding: Insekttopia
In het volgende deel behandelen we het wandelende blad (Phyllium giganteum) Kijk hiervoor binnenkort op de website.
zondag 18 maart 2007
Extra informatie: zeekatten of sepia's
Ik schrijf dit artikel omdat veel mensen niet weten dat het zogenaamde 'zeeschuim' een inwendig skelet is van een zeekat (Sepia officinalis). Zeekatten behoren tot de weekdieren. Het zijn een soort inktvissen. Deze dieren komen veel voor aan de Nederlandse en Belgische kust. De ongeveer 50 centimeter grote mannelijke dieren worden twee tot drie jaar oud, vrouwtjes maar één jaar. In het voorjaar trekken zeekatten terug naar hun geboortegrond om daar een partner te zoeken om mee te paren. Als er gepaard is blijft het mannetje bij de vrouwtje om op te passen dat ze niet met meer mannetjes paart. Nu kan ze ook veilig de eieren afzetten. Een zeekat doet hier soms wel een hele dag over.Meestal overlijdt het vrouwtje als ze klaar is. Het mannetje gaat dan weer naar warmer water. Vaak worden de eieren afgezet tussen oude visnetten, of bij stokken en takken. Op sommige plaatsen wordt er hiervoor door duikers een speciaal net geplaatst. De eitjes zijn zwart door de inkt, de laatste eieren die ze afzet zijn soms wit omdat de inkt dan op is. Na acht weken komen er één centimer grote exacte kopieën van hun ouders uit het ei zwemmen. Ze kunnen meteen al inkt spuiten bij gevaar, en net als hun ouders van kleur veranderen. Ze blijven nog even dichtbij hun geboortegrond maar zwemmen al snel ver de Noordzee in.
Zeekatten zijn nachtdieren. Ze eten krabben, vissen en garnalen. Deze garnalen vangen ze op een hele bijzondere manier. Ze zwemmen namelijk vlak boven het zand en blazen een soort waterstraal in het zand waarvan de garnalen schrikken. Deze springen het zand uit, en met een vliegensvlugge beweging krijgt de zeekat ze. Een zeekat heeft acht gewone tentakels, maar ook twee lange vangarmen die je alleen ziet als hij zijn prooi grijpt. De prooi wordt gedood door een snavelvormige bek die tussen zijn tentakels zit. Om zelf geen prooi te worden kan hij van kleur veranderen. Tijdens de par
ing verschieten ze snel van kleur. Ook laten ze door hun kleur zien hoe ze zich voelen. Als een zeekat bijvoorbeeld wit is, dan is hij boos.
De gewone zeekat komt voor van Noorwegen en de Britse Eilanden langs de Europese kusten tot Zuid-Afrika. Hij is ook algemeen in de Middellandse Zee. Hier wordt hij ook commercieel gevist, en gegeten. [De afbeelding toont u het bekende 'zeeschuim']
Afbeelding: Wikimedia Commons
Zeekatten zijn nachtdieren. Ze eten krabben, vissen en garnalen. Deze garnalen vangen ze op een hele bijzondere manier. Ze zwemmen namelijk vlak boven het zand en blazen een soort waterstraal in het zand waarvan de garnalen schrikken. Deze springen het zand uit, en met een vliegensvlugge beweging krijgt de zeekat ze. Een zeekat heeft acht gewone tentakels, maar ook twee lange vangarmen die je alleen ziet als hij zijn prooi grijpt. De prooi wordt gedood door een snavelvormige bek die tussen zijn tentakels zit. Om zelf geen prooi te worden kan hij van kleur veranderen. Tijdens de par
De gewone zeekat komt voor van Noorwegen en de Britse Eilanden langs de Europese kusten tot Zuid-Afrika. Hij is ook algemeen in de Middellandse Zee. Hier wordt hij ook commercieel gevist, en gegeten. [De afbeelding toont u het bekende 'zeeschuim']
Afbeelding: Wikimedia Commons
woensdag 7 maart 2007
Term: Levend fossiel 2/2
In dit vervolg over de term 'levend fossiel' zal ik u voorbeelden geven van planten en bomen die deze naam dragen. Zo'n boom is de ginkgo (Ginkgo biloba). In het Perm, zo'n 299 – 251 miljoen jaar gelden, had deze boomsoort nog 17 familieleden, nu bestaat alleen deze soort nog. Vanaf het Mesozoïcum, 251 miljoen jaar geleden, is deze soort nauwelijks veranderd. De ginkgo kent mannelijke en vrouwelijke exemplaren, de mannelijke bomen worden selectief geplant omdat de vruchten van vrouwelijke soort 'stinken'. Het verschil tussen de twee soorten is te zien als de boom in de bloei staat. De vruchten van deze boom zijn eigenlijk de zaden maar omdat de zaadhuid vlezig is lijkt het meer op een vrucht. Deze 'vruchten' hebben een zilveren gloed. Aan deze 'vruchten' dankt de ginkgo zijn naam, zijn naam is namelijk ontstaan uit de twee Chinese woorden; gin (zilver) en kyo (abrikoos). Een voordeel voor deze boom is dat hij een schors heeft die relatief goed bestand is tegen vuur en hij heeft een natuurlijke weestand tegen luchtvervuiling en radioactieve straling. Deze boom is geen naaldboom en geen loofboom, het is een naaktzadige. Een ander levend fossiel dat ook behoort tot de naaktzadige is de palmvaren (Cycadales). Deze ziet er uit als een kroon van varenbladen op een stevige, dikke stam. Ook al doet de naam dit denken, ze zijn niet verwant aan palmen of varens. Ze zijn eerder verwant aan de coniferen of aan de ginkgo. De palmvarens hebben geen vruchten. Ze komen voor over de hele wereld in tropische gebieden. Bijzonder is dat deze planten haast overal kunnen groeien, bijvoorbeeld in de woestijn, op rotsen, en in zand. Momenteel bestaan er 305 soorten. Dit is dus een soort die de titel levend fossiel heeft gekregen omdat hij nauwelijks afwijkt van zijn fossielen voorouderen. Andere levende fossielen zijn de apenboomfamilie (Araucariaceae) en boomvarens die vooral in het Jura wereldwijd voorkwamen, later in het Krijt werden ze bijna helemaal weggeconcurreerd door grassen en bloemdragende planten. De laatste soorten komen nu nog voor in Oceanië. Al deze soorten wisten dus op het nippertje te overleven, maar bij de Wollemia nobilis is het echt bijzonder dat ze er nu nog zijn. In Australië groeien nu nog maar minder dan 100 van deze bomen in het wild. Fossielen van 90 miljoen jaar geleden zijn hiervan gevonden, hoewel sommige geleerden hun ouderdom schatten op 200 miljoen jaar. Alle exemplaren zijn genetisch identiek, dit wil dus zeggen dat alle bomen op één of twee exemplaren na dood zijn gegaan. Deze hebben zich gelukkig weer weten te vermenigvuldigen, wel ging dus alle genetische diversiteit verloren. Het verschil tussen leven en dood is dus heel klein in de natuur. [Op de afbeelding ziet u recente en fossiele bladeren van de Ginkgo biloba] Afbeeldingen: fossilmuseum, W. Arnold
En de mens, is de mens een levend fossiel?
Nee, gelukkig hebben wij de gorilla's, chimpansees, bonobo's, orang-oetans, en twaalf gibbonsoorten nog.
Abonneren op:
Posts (Atom)